Manuel Ernesto is een Anglicaanse bisschop in Mozambique die bekend staat om zijn inzet voor vrede, interreligieuze dialoog en het klimaat. In dit interview vertelt bisschop Manuel over zijn drijfveren, missionair werk en wat Nederlandse christenen van hun Afrikaanse geloofsgenoten kunnen leren.
Deze tekst is een bewerkte versie van een interview met bisschop Manuel Ernesto, oorspronkelijk afgenomen door Samuel [xxx].
Wat is uw strategie om de kerk te laten groeien?
Een leidend principe is dat de kerk niet alleen bestaat voor kerkleden, maar ook voor mensen buiten de christelijke gemeenschap. We hebben gekozen voor een strategie die gericht is op outreach. Het resultaat is dat de kerk groeit. Niet alleen qua ledenaantal, maar ook qua relevantie. Zo fungeren we als overkoepelende organisatie voor andere kerken en geloofsgemeenschappen.
Hoe bereikt u nieuwe gelovigen in Noord-Mozambique?
We evangeliseren door middel van gemeenschapswerk. We wonen begrafenissen bij en brengen persoonlijke bezoeken. Als mensen de transformatie zien die daardoor plaatsvindt, zijn ze vaak bereid om zich bij een kerk aan te sluiten. Elk jaar bezoek ik elke gemeente in mijn bisdom om tijd door te brengen met de plaatselijke parochianen. Dit maakt deel uit van het christelijk leiderschap dat ik wil belichamen.
We hebben ook verschillende programma’s op het vlak van gezondheidszorg om gemeenschappen te bereiken. Zo hebben we een programma dat ‘Abundant Life for All’ heet. Sommige mensen zijn terughoudend om naar het ziekenhuis te gaan, zelfs als er faciliteiten in de buurt zijn. Om lokale gemeenschappen te overtuigen van het nut van de moderne wetenschap hebben ze mensen nodig die ze vertrouwen. Als kerk kunnen we die brugfunctie vervullen. We leggen dan bijvoorbeeld uit dat malaria geen hekserij is en dat niet de lokale geneesheer maar het ziekenhuis de oplossing is.
Mozambique wordt al jaren geteisterd door een conflict in Cabo Delgado, de provincie die aan de uwe grenst. Wat is de aard van de onrust?
Het conflict begon in oktober 2017, toen een groep jonge mannen een mijnbouwgemeenschap overviel en plunderde. Deze groep gebruikte islamitische slogans en noemde zichzelf Al-Shabaab (niet te verwarren met de gelijknamige beweging in Somalië, red.). Er bestond de vrees dat dit zou leiden tot een grootschalig conflict tussen moslims en christenen. Al snel bleek echter dat niet alleen christenen, maar iedereen het doelwit was, ook moslims. Sinds het uitbreken van het geweld in 2017 heeft het conflict meer dan 5.000 levens gekost en meer dan 1 miljoen mensen ontheemd. De afgelopen jaren is er gelukkig relatieve rust geweest, met af en toe een aanval, maar zonder grootschalig geweld.Hoewel velen het conflict aanvankelijk zagen als een religieus conflict tussen moslims en christenen, ligt de waarheid genuanceerder. De spanningen in de regio zijn aangewakkerd door de komst van buitenlandse extractiebedrijven. De lokale bevolking verwachtte dat dit veel werkgelegenheid zouden opleveren. De extractiebedrijven maken echter vooral gebruik van machines en hoogopgeleide buitenlandse werknemers. De daaropvolgende teleurstelling was een bron van onrust voor met name jongeren, waardoor conflicten ontstonden.

Tijdens het daaropvolgende geweld speelde u een belangrijke rol als voorzitter van een interreligieus team dat zich inzette voor vrede. Hoe zag dat er concreet uit?
Ik werd inderdaad benoemd tot voorzitter van de zogenaamde peace clubs. Peace clubs zijn een interreligieus platform voor vredesopbouw dat de leiders van de christelijke, islamitische en traditionele religies samenbrengt. De clubs zijn een onpartijdige, veilige ruimte, bijeengeroepen door de kerk, waar beleidsmakers en lokale gemeenschappen met elkaar in dialoog kunnen gaan. In plaats van te vechten, zitten we aan dezelfde tafel en bespreken we de problemen die we samen moeten aanpakken. Als christenen en moslims dachten we na over wat we gemeen hebben: het streven naar vrede. Het nieuws verspreidde zich onder de moslimgemeenschap. Dialoog gaat ook over het samenbrengen van culturen, religies en gemeenschappen.
Tijdens het hoogtepunt van het conflict in Cabo Delgado zijn we erin geslaagd om priesters, imams en sjeiks samen gemeenschappen te late bezoeken om in eenheid vrede te verkondigen. We hebben ook verzoeningsbijeenkomsten georganiseerd om te laten zien dat het belangrijk is om elkaar te begrijpen en te vergeven in plaats van wraak te zoeken. In sommige dorpen troffen we mensen aan die nog nooit met elkaar hadden gesproken. Nadat men voor het eerst elkaars verhaal hoorde en elkaars pijn erkende, kwam een helingsproces op gang.
Waar put u inspiratie uit voor uw vredeswerk?
Een bijbelvers dat mijn vredeswerk inspireert, is 1 Korintiërs 10:31b: ‘Wat u ook doet, doe het allemaal ter ere van God.’ Door deze boodschap ben ik gaan begrijpen dat elke conflictsituatie een kans biedt om God te verheerlijken door de christelijke waarden van vredestichting na te leven in plaats van te vluchten of deel te nemen aan het conflict.
Daarnaast word ik ook geïnspireerd door de getuigenis van aartsbisschop Desmond Tutu. Christelijke leiders als hij belichamen de christelijke oproep om midden in conflict te leven en genezing te brengen. Het model van geweldloze strijd dat Tutu in Zuid-Afrika hanteerde, is een inspiratiebron die verzoening kan brengen.
U staat binnen de Anglicaanse gemeenschap ook bekend als een groene bisschop. Hoe ziet dat er concreet uit?
Als lid van de Green Anglican-beweging leid ik de milieu-inspanningen van de Anglicaanse Kerk in Zuidelijk Afrika. Een eerste prioriteit is vroegtijdige hulpverlening bij natuurlijke rampen. Daarnaast richten we ons op verwaarloosd afvalbeheer, en geven we kinderen in een schoolprogramma voorlichting over het milieu en leren ze over duurzame ontwikkelingsdoelen.
Om ecologisch bewustzijn te genereren, verbinden we bovendien de sacramenten met duurzaamheid. We vragen elke nieuwe vormeling, getrouwd koppel of priester om een boom te planten. Op die manier kunnen we de natuur herstellen en theologisch herinterpreteren wat het uitoefenen van heerschappij over de schepping betekent. Niet de natuur plunderen, maar ervoor zorgen.

Zijn er nog andere projecten waar u zich mee bezig houdt?
We hebben een veelbelovende missie in het vluchtelingenkamp Maratane, waar duizenden vluchtelingen uit de Democratische Republiek Congo, Burundi en Rwanda verblijven. We zijn erin geslaagd om in het kamp een kerk te stichten, die nu door meer dan 300 mensen wordt bezocht. De priester is zelf een Congolese vluchteling die is opgegroeid in de vluchtelingengemeenschap.
In ons bisdomcentrum bieden we ook onderwijs aan de meisjes uit het Maratane-vluchtelingenkamp. De loopafstand vanaf het kamp is echter groot. Daarom willen we op ons terrein een huis voor schoolgaande meisjes bouwen zodat ze hier af en toe kunnen overnachten in plaats van elke dag lange afstanden te lopen.
| Het werk van bisschop Ernesto in het vluchtelingenkamp Maratane wordt ondersteund door Missie St. Paulus, het internationale diaconaat van de Oud-Katholieke Kerk in Nederland. Wilt u dit werk ook ondersteunen? Doneren kan onderaan deze pagina. |
Heb je een woord ter bemoediging voor de kerk in Nederland?
In 2 Timoteüs 1:16-18 bedankt Paulus zijn vriend, mentor en steun en toeverlaat Onesiforus, die hem in Romeinse gevangenschap bezocht. Net als Paulus en Onesiforus kunnen wij elkaar wederzijds bemoedigen.
De veerkracht van christelijke gemeenschappen in het noorden van Mozambique –gesmeed in het licht van armoede, conflicten, milieurampen en sociale onrust– kan christelijke gemeenschappen in Nederland aanmoedigen om sterk te blijven in hun geloof.
Omgekeerd kan het Nederlandse christendom helpen bij het aanpakken van armoede, sociale onrechtvaardigheid en klimaatverandering. En ervoor zorgen dat Afrikaanse stemmen worden gehoord in mondiale kerkelijke discussies en besluitvormingsprocessen.
Wilt u vaste donateur van Missie Sint Paulus worden? Dat kan:


.jpg)